influence is a gift followers give you because you have become the kind of person they want to follow and be influenced by
3. Hebzucht (een rendement van een procent
of 4% was voor het management van UBS niet meer genoeg en
voor een half puntje meer stapte men in
hoog-risicovolle producten);
4. Onvoldoende intern toezicht dat ertoe
leidt dat een enkele analist (Jerome Kerviel bij SG)
een bedrijf miljarden kan kosten; zoals
Nick Leeson recent
zei (de man die Barings naar de afgrond
bracht): 'ik kon mijn gang gaan want
ze wisten niet eens wat de producten
waren waarin we handelen' (zie ook
onder 1). U weet vast wel wat een CDO,
SPV en ABS is!
5. Arrogantie; nog twee dagen voordat ze
van de kaart verdwenen hield de top van
Bear Stearns vol
dat er 'niets aan de hand was met hun
kredietpositie'.
Het feit dat de term 'predatory lending'
bestaat, moet toch wel een indicatie
zijn dat de zaak tot op het bot rot
is.
Wil je zien wie hoeveel geld kwijt is,
kijk dan hier in dit mooie overzicht
van FD, of bekijk hieronder de
gevolgen voor de beurswaarde van de Top
10 Banken in de USA en Europa:

Met het historisch besef staat het er beroerd voor in Nederland. Zie de inrichting van huizen: eenvormigheid is troef. Alles van oma gaat de straat op: meubels, fotoalbums, porselein, oude boeken. In de opruimverslaving verdwijnen herinneringen alsof het stof is dat afgenomen moet worden. In een land waar het eigen verleden nauwelijks geëerd wordt, kun je niet verwachten dat het publieke verleden een betere behandeling krijgt. Het is om te janken wat er met de binnensteden gebeurt. Of je in Leeuwarden of Breda bent: overal hetzelfde, dezelfde winkelketens, dezelfde voetgangersgebieden, identieke etalages.
Utrecht is met Hoog Catharijne de grootste zonde die ooit tegen de historie van een stad gepleegd is. De naam alleen al duidt aan wat voor cynici het waren die hier met een staafmixer door het verleden gegaan zijn. Wat een hybris om een namaakhistorische naam te gebruiken voor dit product van wansmaak, grove commercie, botte economie, minachting voor esthetiek, walging van schoonheid en verheerlijking van consumptie van de goedkoopste soort! Patatbouw in een krokettencomplex.
Nog ingrijpender, want onherstelbaar, is wat er met landschappen gebeurt. Ik ben geboren in een gebied waar nog rivierduinen voorkwamen. Niet ver van de Maas lag een heuvelrij die de Kozakkenberg genoemd werd. De naam hield de herinnering aan de Franse tijd vast, toen de Kozakken West-Europa van Napoleon kwamen bevrijden. De Kozakse ruiters op kleine paarden stonden bekend om hun vechtjasmentaliteit. Mijn grootvader placht te zeggen als wij stout waren: ‘Ik geef je mee aan de Kozakken.’ Honderdvijftig jaar na dato waren de Kozakken dus nog een begrip in het collectieve geheugen van Limburg. Kort daarna kwam er een industrieterrein op de Kozakkenberg. De duinen werden geëgaliseerd, niets herinnerde meer aan de mooie zachte welvingen van weleer.
Wat in een Limburgs dorp gebeurt, gebeurt op grote schaal. Overal waar ruilverkaveling heeft plaatsgevonden, waar grote industrieterreinen aangelegd zijn en nieuwe woonwijken, is geen rekening gehouden met de oorspronkelijke waterlopen, met de natuurlijke heuvels en dalen in het gebied. Platmaken, is het enige woord dat de ontwikkelaars lijken te kennen. Maar waarom zou de ene woonstraat niet hoger liggen dan de andere, waarom zou de voorkant van een huis exact hetzelfde niveau moeten hebben als de achterkant, waarom zouden er geen oude beekjes door de wijken kunnen slingeren? Gevaarlijk voor kinderen? Die verzuipen wel in de plastic vijvers die de bewoners onbeschermd in hun tuinen aanleggen.
Het lijkt er steeds meer op dat geschiedenis uit het dagelijks leven verbannen wordt. Geschiedenis gedoog je in een museum. Dat je de historie niet uit je leven kunt wegwerken, besef je niet. Alles wat we zijn, is voortzetting van iets wat was. Elke stap die je zet, zet je op grond die door anderen betreden is. Maar dat wil je meestal niet weten. Behalve als het om folklore of nostalgie gaat. Als verleden kitsch is, loopt het publiek te hoop. Een musical naar Victor Hugo trekt avond aan avond tranend publiek. In Deventer lopen in de kersttijd als Dickens-figuren verklede weeskinderen, oude vrekken en mollige tantes rond. Het is er afgeladen druk dan. Zo druk dat de werkelijke schoonheid van het oude Deventer niet meer zichtbaar is. Wat is het verleden toch fijn als het commercieel kan zijn.
Bij de publieke tv-omroepen is het niets dan treurnis, tentoonspreiding van gebrek aan historische kennis, schaamteloze minachting van het verleden. Slechts de sentimentele tranenrukkerij van adoptiefkindjes die hun bloedeigen achterbuurtmoeder opzoeken, is als zoektocht naar het verleden toegestaan. En een schamel half uurtje voor het recente verleden van Hans Goedkoop. Wie zijn eigen verleden minacht, gebouwen en landschappen vernielt, kan niet verwachten dat de overheid zich beter gedraagt. Natuurlijk, er is Staatsbosbeheer, er is de Rijksmonumentendienst, er zijn stichtingen voor het landschap en nog een heleboel instituten die half of helemaal van overheidsgeld leven. En natuurlijk heeft Staatsbosbeheer een paar centimeter natuurgebied op de kaart gered en heeft de Rijksmonumentendienst een paar kuub stenen op elkaar weten te houden. Dank, duizend maal dank.
Maar zo verschrikkelijk vaak gaat het wel mis. Zelfs de musea, die toch een voorbeeld zouden moeten geven als het om de waardering voor de geschiedenis gaat, gedragen zich soms als horken. Elk zichzelf respecterend museum is gevestigd in een mooi gebouw. Een mooi historisch gebouw, zoals het Mauritshuis, of een prachtig nieuw gebouw, zoals het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Zo niet het Letterkundig Museum. Dat is gehuisvest in een gebouw waar je nog geen onderbroekenmuseum in zou willen vestigen.
Helemaal ziedend kun je worden van wat er met het Catshuis is gebeurd. Het oude huis van Jacob Cats werd in het begin van deze eeuw gerestaureerd, onder auspiciën van de Monumentendienst. Antieke schouwen en plafonds werden verwijderd, de luiken werden gesloopt en er brak ook nog eens door nonchalance een brand uit. In 2006 liet de minister-president trots het resultaat zien. En wat zagen we? Inderdaad, Jan des Bouvrie-vertrekken voor het gezin, met de bekende stoelen met rokjes, naast protserige bling-bling-zalen voor de gasten.
Er is geen cultuur van behoud, er is geen kennis van het verleden, er is geen trots op de geschiedenis. Kan ik schuldigen aanwijzen? Wie aan de schandpaal te nagelen? Dat is nu net het allertreurigste. Het is geen kwestie van individuen. Er zijn juist overal in Nederland wel enkele idealisten die een orgel behouden, een dassenburcht beschermen, nog met de hand ketels lappen, een historisch krantje volschrijven, een graf opknappen, het dialect vastleggen. Het gaat juist om de collectieve marginalisering. En het zijn abstracte collectieven die dat veroorzaakt hebben.
Allereerst het onderwijs, dat de vaderlandse geschiedenis teruggebracht heeft tot enkele aandachtspunten zonder de historische opeenvolging vast te houden. Dat de verplichte literatuurlijsten geridiculiseerd heeft. Vervolgens zijn er de massamedia. Sinds ook de publieke omroepen commercieel denken en elk idealisme uit het programma geschrapt hebben, behalve als het bruikbaar is om de kijkcijfers omhoog te brengen, zoals nationale inzamelingsacties bij rampen, is er slechts incidenteel bij een hardnekkige omroep nog wat aandacht voor het verleden.
En dan is er nog de overheid, die bij elke restauratie eerst in de portemonnee kijkt. Die toestaat dat musea delen van hun collectie verpatsen. Die onbekwame directeuren jarenlang laat aanmodderen met prachtcollecties, tot er commissies van toezicht moeten komen die alles met een heel kostbare bontmantel der vergetelheid bedekken. Die zich niet wenst te realiseren dat het stuk land waar een nieuwe woonwijk op neergezet wordt, niet een vlakke rechthoek is. Die zich door het bedrijfsleven zo laat opfokken dat er tenslotte toch wegen en spoorlijnen door de laatste meters onbedorven landschap aangelegd worden. Die toestaat dat er jaren gekibbeld wordt, eerst of er wel een nationaal museum nodig is, daarna over de plaats waar dat moet komen te staan. En maar uitstellen in plaats van daadkrachtig dat ding in een van de prachtige overbodige grote kerken van het land te zetten. Waarna we er dan weer voor moeten oppassen dat de overheid niet tevreden in de handen wrijft en denkt dat het respect voor het verleden nu klaar is. Heel Nederland is een nationaal museum als je er op de juiste manier naar kijkt.
De Nederlandse overheid doet te weinig te langzaam en staat te veel toe. Daarover kun je niet verbaasd zijn als je ziet wat de mensen zelf doen met hun eigen verleden. Zo krijgt elk land het verleden dat het verdient.

Lees ook hier in FD!What might it look like if the government had to lend a hand? Outright nationalization is an unlikely option given that neither the current administration nor the presidential candidates could afford to support such a move in an election year. More likely, the Treasury Department or the Federal Reserve would come in and provide a liquidity backstop, in the form of a loan or guarantee to bondholders that they will be paid. Fannie and Freddie could even do a preferred stock deal with the government, much like the deal forged by Citigroup with the Abu Dhabi Investment Authority, says Egan.
That would allow officials the ability to argue that they weren't bailing out the companies, but rather making an investment that would pay off in the long run.Mason has a diffferent twist on a possible intervention. If either were to face insolvency, he says the government should purchase a large voting block of equity in the institution and use that as a tool to eliminate any dividends, replace officers and manage the firms back to solvency.
"But [a rescue] would be a political situation, so it would be messy," says Mason. "Fannie and Freddie would fight against having officers replaced. They would want to keep the dividend." The doomsday scenario could cost taxpayers more than $1 trillion, says the S&P report. The report went so far as to say that a government bailout of Fannie or Freddie could force the agency to lower its rating on the creditworthiness of the United States.



Wie volgt?We doubled our profits but Virgin shares started to slip and, for the first time in my life, I was depressed. Then there was a huge stock-market crash. Shares dropped fast. It wasn’t my fault, but I felt I was letting down all the people who had bought Virgin shares. Many were friends and family as well as our staff. But many were like the couple who had given me their life savings.
I made up my mind. I have always made fast decisions and acted on my instinct. I would buy all the shares back – at the price everyone had paid for them. I didn’t have to pay that much, but I didn’t want to let people down. I personally raised the £ 182 million needed, but it was worth my good name and my freedom.
The day that Virgin became a private company again was like landing safely after a record attempt in a powerboat or a balloon. I felt nothing but relief. Once again, I was the captain of my ship and master of my fate. I believe in myself. I believe in the hands that work, in the brains that think, and in the hearts that love.

Een helder doel voor ogen hebben ('Purpose'): “Nearly all presidents who earned a rating of great or near great articulated specific goals that they wanted to achieve as president.”
Tegenslag is een leermoment: “All of he great and near great presidents emerged from conflicts and disappointments they encountered stronger and more resilient ten they had before. This is what made their previous ordeals transformative. All regarded these adversities as learning experiences, however painful. None emerged from such setbacks regarding themselves as victims. None were known to complain or whine—at least out loud or in public—about their private misfortunes.”
Brede levenservaring: “Most great and near great presidents had multiple occupations, not all of them in politics, before coming president. Through the depth and breadth of their experiences, successful presidents learned how to relate to people in all walks of life.”
Een natuurlijke nieuwsgierigheid: “Great of near great presidents remained curious all their lives about the world around them and about the cause of the problems they were called upon to solve.”
Sterk gevoel voor integriteit: "Look for honesty (“doing what one said he would do, or explaining why unforeseen circumstances necessitated a different course”), courage (‘meeting adversity head-on, often at political or personal risk”), and integrity (“placing the interests of one’s office and one’s country ahead of personal convenience or interests, or those of one’s associates”)."
Bescheidenheid: “Although confident in their abilities, successful presidents held their egos in check. All great and near great presidents understood that they would receive the credit for the achievements of their subordinates. For this reason they strove to find outstanding ones…including on occasion, former rivals and members of the opposition party.”