De Fortune 500 van de afgelopen 55 jaar

We leven in een wereld waar er zo veel informatie is (zoals we dat in IBM ‘Big Data’ noemen), dat degene die dat op een slimme manier weet te presenteren een voorsprong heeft. Deze manier van presenteren spreekt mij erg aan, de Fortune500 met 500 Bedrijven en 55 jaar bedrijfsresultaten (klik grafiek voor toegang tot tool):
Troonrede? Daar word je niet vrolijk van!

Vrolijk lachen en zwaaien naar de Koningin doen we nog, maar na het kijken van deze Tegenlicht documentaire realiseer je je dat het voorlopig niet veel lachen zal worden en misschien wel zelfs nooit meer hier in het Westen.
Maar ach, het zal wel doemdenken van linkse Marxisten zijn, toch?
Een beetje gek

Waarom we ooit dachten dat dit handig was ontgaat me ten ene male, maar dit is de zogenaamde penny-farthing (vrij vertaald: de ‘centen-scheter’) fiets. Nu is er recent iemand op zo’n fiets de wereld rond gegaan en hier zie je hoe hij ermee met een noodvaartje downhill gaat (een beetje off-topic, maar wel bijzonder):
Kritische denkers
Een mooie kijk op de geschiedenis
Wel weer toevallig

In een gloedvol betoog wisten we elkaar ervan te overtuigen (of waren we het al eens?) dat verhoging van de kiesdrempel een goed idee zou zijn. Dat leidt namelijk tot minder partijen, dus minder coalitievorming, minder compromissen en dus meer te kiezen! Martin vergeleek Nederland met de Weimar-republiek, waar regeren door de versplintering kansloos was. En verdomd wat staat vandaag in het NRC? Een uitgebreid commentaar van J. van Putten (JvP, niet te verwarren met JP), emiritus hoogleraar politicologie van de VU, die pleit voor verhoging van de kiesdrempel en Nederland vergelijkt met de 4e Franse Republiek, ook zo’n onbestuurbaar versplinterd geheel.
Straks hebben we 10 partijen in de 2e Kamer, met elk een klein beetje andere mening (muv die ene partij van Geertje W. dan) dan de ander. We denken dat we wat kiezen, maar we kiezen eigenlijk niks want in een regeer-akkoord wordt het toch weer een grijze brij.
Zaten we ondanks de locatie en de drank, toch op het goede spoor Martin!
Het getal 63

Anders gezegd; je moet jezelf niet te serieus nemen. En daar moest ik even aan denken toen ik gisteravond Bos, Rutte, Pechtold, Wilders en de rest zag debatteren voor de Gemeenteraads-verkiezingen; een groepje mannen en vrouwen (Kant en Halsema waren er ook en doen vol met testosteron ook mee) die vooral tevreden waren over hun eigen one-liners, zonder echt naar elkaar te luisteren, zonder door te vragen en zonder elkaars vragen te beantwoorden.
Wilders roept dat Nederland onveilig wordt en vraagt aan Van Geel (CDA) of de Islam gelijkwaardig is aan het Christendom (vlgs. Wilders duidelijk niet aan zijn intonatie te horen)? Van Geel durft daar niet recht-op-en-neer op te antwoorden met een volmondig JA NATUURLIJK zijn die gelijkwaardig (zie Art. 1 van de Grondwet en ga zo maar door). Regel 50 van George werd aan de lopende band overtreden.
Kennelijk hadden ze Amy en George nooit op hun nachtkastje liggen!
Pas op .... (2)
Pas op ...
Daarom is het morgen Holocaust Memorial Day en wordt deze bevrijding groots herdacht, maar is dat direct ook een moment om weer stil te staan bij intolerantie, iets waar we in ons landje weer wat meer last van lijken te hebben. Een mooie column over intolerantie was gisteren op BNR van Khalid Boudou; pas op ‘aardig’!
Maar opdat wij nooit vergeten roep ik iedereen op om morgen (met zijn/haar kinderen) te kijken naar de NOS of nu al hier het voorlezen van de namen, van de 102.000 Joden die uit Nederland verdwenen, te volgen .

Hoe ontstaan en vergaan wereldrijken?
Hoe ziekte zich verspreidt
Lean is hot, maar waar komt het vandaan?
Mooie plaatjes van een mooie Dag!
I have a dream

Zojuist schreven we geschiedenis! De meesten van ons kennen een paar zinnen uit de ‘I have a dream speech’ van Martin Luther King (1963); na ruim 45 jaar is het vandaag zover. Hier de integrale video en uitgeschreven tekst van 45 jaar terug:
I am happy to join with you today in what will go down in history as the greatest demonstration for freedom in the history of our nation.
Five score years ago, a great American, in whose symbolic shadow we stand today, signed the Emancipation Proclamation. This momentous decree came as a great beacon light of hope to millions of Negro slaves who had been seared in the flames of withering injustice. It came as a joyous daybreak to end the long night of their captivity.
But one hundred years later, the Negro still is not free. One hundred years later, the life of the Negro is still sadly crippled by the manacles of segregation and the chains of discrimination. One hundred years later, the Negro lives on a lonely island of poverty in the midst of a vast ocean of material prosperity. One hundred years later, the Negro is still languished in the corners of American society and finds himself an exile in his own land. And so we've come here today to dramatize a shameful condition.

But we refuse to believe that the bank of justice is bankrupt. We refuse to believe that there are insufficient funds in the great vaults of opportunity of this nation. And so, we've come to cash this check, a check that will give us upon demand the riches of freedom and the security of justice.
We have also come to this hallowed spot to remind America of the fierce urgency of Now. This is no time to engage in the luxury of cooling off or to take the tranquilizing drug of gradualism. Now is the time to make real the promises of democracy. Now is the time to rise from the dark and desolate valley of segregation to the sunlit path of racial justice. Now is the time to lift our nation from the quicksands of racial injustice to the solid rock of brotherhood. Now is the time to make justice a reality for all of God's children.
It would be fatal for the nation to overlook the urgency of the moment. This sweltering summer of the Negro's legitimate discontent will not pass until there is an invigorating autumn of freedom and equality. Nineteen sixty-three is not an end, but a beginning. And those who hope that the Negro needed to blow off steam and will now be content will have a rude awakening if the nation returns to business as usual. And there will be neither rest nor tranquility in America until the Negro is granted his citizenship rights. The whirlwinds of revolt will continue to shake the foundations of our nation until the bright day of justice emerges.
But there is something that I must say to my people, who stand on the warm threshold which leads into the palace of justice: In the process of gaining our rightful place, we must not be guilty of wrongful deeds. Let us not seek to satisfy our thirst for freedom by drinking from the cup of bitterness and hatred. We must forever conduct our struggle on the high plane of dignity and discipline. We must not allow our creative protest to degenerate into physical violence. Again and again, we must rise to the majestic heights of meeting physical force with soul force.
The marvelous new militancy which has engulfed the Negro community must not lead us to a distrust of all white people, for many of our white brothers, as evidenced by their presence here today, have come to realize that their destiny is tied up with our destiny. And they have come to realize that their freedom is inextricably bound to our freedom.
We cannot walk alone.
And as we walk, we must make the pledge that we shall always march ahead.
We cannot turn back.
There are those who are asking the devotees of civil rights, "When will you be satisfied?" We can never be satisfied as long as the Negro is the victim of the unspeakable horrors of police brutality. We can never be satisfied as long as our bodies, heavy with the fatigue of travel, cannot gain lodging in the motels of the highways and the hotels of the cities. *We cannot be satisfied as long as the negro's basic mobility is from a smaller ghetto to a larger one. We can never be satisfied as long as our children are stripped of their self-hood and robbed of their dignity by a sign stating: "For Whites Only."* We cannot be satisfied as long as a Negro in Mississippi cannot vote and a Negro in New York believes he has nothing for which to vote. No, no, we are not satisfied, and we will not be satisfied until "justice rolls down like waters, and righteousness like a mighty stream."
I am not unmindful that some of you have come here out of great trials and tribulations. Some of you have come fresh from narrow jail cells. And some of you have come from areas where your quest -- quest for freedom left you battered by the storms of persecution and staggered by the winds of police brutality. You have been the veterans of creative suffering. Continue to work with the faith that unearned suffering is redemptive. Go back to Mississippi, go back to Alabama, go back to South Carolina, go back to Georgia, go back to Louisiana, go back to the slums and ghettos of our northern cities, knowing that somehow this situation can and will be changed.
Let us not wallow in the valley of despair, I say to you today, my friends.
And so even though we face the difficulties of today and tomorrow, I still have a dream. It is a dream deeply rooted in the American dream.
I have a dream that one day this nation will rise up and live out the true meaning of its creed: "We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal."
I have a dream that one day on the red hills of Georgia, the sons of former slaves and the sons of former slave owners will be able to sit down together at the table of brotherhood.
I have a dream that one day even the state of Mississippi, a state sweltering with the heat of injustice, sweltering with the heat of oppression, will be transformed into an oasis of freedom and justice.
I have a dream that my four little children will one day live in a nation where they will not be judged by the color of their skin but by the content of their character.
I have a dream today!
I have a dream that one day, down in Alabama, with its vicious racists, with its governor having his lips dripping with the words of "interposition" and "nullification" -- one day right there in Alabama little black boys and black girls will be able to join hands with little white boys and white girls as sisters and brothers.
I have a dream today!
I have a dream that one day every valley shall be exalted, and every hill and mountain shall be made low, the rough places will be made plain, and the crooked places will be made straight; "and the glory of the Lord shall be revealed and all flesh shall see it together."
This is our hope, and this is the faith that I go back to the South with.
With this faith, we will be able to hew out of the mountain of despair a stone of hope. With this faith, we will be able to transform the jangling discords of our nation into a beautiful symphony of brotherhood. With this faith, we will be able to work together, to pray together, to struggle together, to go to jail together, to stand up for freedom together, knowing that we will be free one day.
And this will be the day -- this will be the day when all of God's children will be able to sing with new meaning:
My country 'tis of thee, sweet land of liberty, of thee I sing.
Land where my fathers died, land of the Pilgrim's pride,
From every mountainside, let freedom ring!
And if America is to be a great nation, this must become true.
And so let freedom ring from the prodigious hilltops of New Hampshire.
Let freedom ring from the mighty mountains of New York.
Let freedom ring from the heightening Alleghenies of Pennsylvania.
Let freedom ring from the snow-capped Rockies of Colorado.
Let freedom ring from the curvaceous slopes of California.
But not only that:
Let freedom ring from Stone Mountain of Georgia.
Let freedom ring from Lookout Mountain of Tennessee.
Let freedom ring from every hill and molehill of Mississippi.
From every mountainside, let freedom ring.
And when this happens, when we allow freedom ring, when we let it ring from every village and every hamlet, from every state and every city, we will be able to speed up that day when all of God's children, black men and white men, Jews and Gentiles, Protestants and Catholics, will be able to join hands and sing in the words of the old Negro spiritual:
Free at last! Free at last!
Thank God Almighty, we are free at last!
De echo van 1873
Ze houden het niet. Ze zitten tot hun nek in die malle complexe financiële producten waarvan niemand weet of ze nog iets waard zijn. Stap eruit nu het nog kan.
Dit had de kop van een krant vandaag kunnen zijn, maar komt letterlijk uit de krant van 1873, het jaar dat in de USA de Lange Depressie begon met als oorzaak een bank (Jay Cooke & Company) die leningen aan spoorwegmaatschappijen weer had verpakt en doorverkocht (klinkt bekend?). Het kaartenhuis stortte in en iedereen ging mee; wat volgde is 30 jaar (bijna) onafgebroken Depressie. En zo zag dat eruit (gezin met 7 kinderen in hun huis in de US):

De Nederlandse overheid doet te weinig te langzaam en staat te veel toe

Met het historisch besef staat het er beroerd voor in Nederland. Zie de inrichting van huizen: eenvormigheid is troef. Alles van oma gaat de straat op: meubels, fotoalbums, porselein, oude boeken. In de opruimverslaving verdwijnen herinneringen alsof het stof is dat afgenomen moet worden. In een land waar het eigen verleden nauwelijks geëerd wordt, kun je niet verwachten dat het publieke verleden een betere behandeling krijgt. Het is om te janken wat er met de binnensteden gebeurt. Of je in Leeuwarden of Breda bent: overal hetzelfde, dezelfde winkelketens, dezelfde voetgangersgebieden, identieke etalages.
Utrecht is met Hoog Catharijne de grootste zonde die ooit tegen de historie van een stad gepleegd is. De naam alleen al duidt aan wat voor cynici het waren die hier met een staafmixer door het verleden gegaan zijn. Wat een hybris om een namaakhistorische naam te gebruiken voor dit product van wansmaak, grove commercie, botte economie, minachting voor esthetiek, walging van schoonheid en verheerlijking van consumptie van de goedkoopste soort! Patatbouw in een krokettencomplex.
Nog ingrijpender, want onherstelbaar, is wat er met landschappen gebeurt. Ik ben geboren in een gebied waar nog rivierduinen voorkwamen. Niet ver van de Maas lag een heuvelrij die de Kozakkenberg genoemd werd. De naam hield de herinnering aan de Franse tijd vast, toen de Kozakken West-Europa van Napoleon kwamen bevrijden. De Kozakse ruiters op kleine paarden stonden bekend om hun vechtjasmentaliteit. Mijn grootvader placht te zeggen als wij stout waren: ‘Ik geef je mee aan de Kozakken.’ Honderdvijftig jaar na dato waren de Kozakken dus nog een begrip in het collectieve geheugen van Limburg. Kort daarna kwam er een industrieterrein op de Kozakkenberg. De duinen werden geëgaliseerd, niets herinnerde meer aan de mooie zachte welvingen van weleer.
Wat in een Limburgs dorp gebeurt, gebeurt op grote schaal. Overal waar ruilverkaveling heeft plaatsgevonden, waar grote industrieterreinen aangelegd zijn en nieuwe woonwijken, is geen rekening gehouden met de oorspronkelijke waterlopen, met de natuurlijke heuvels en dalen in het gebied. Platmaken, is het enige woord dat de ontwikkelaars lijken te kennen. Maar waarom zou de ene woonstraat niet hoger liggen dan de andere, waarom zou de voorkant van een huis exact hetzelfde niveau moeten hebben als de achterkant, waarom zouden er geen oude beekjes door de wijken kunnen slingeren? Gevaarlijk voor kinderen? Die verzuipen wel in de plastic vijvers die de bewoners onbeschermd in hun tuinen aanleggen.
Het lijkt er steeds meer op dat geschiedenis uit het dagelijks leven verbannen wordt. Geschiedenis gedoog je in een museum. Dat je de historie niet uit je leven kunt wegwerken, besef je niet. Alles wat we zijn, is voortzetting van iets wat was. Elke stap die je zet, zet je op grond die door anderen betreden is. Maar dat wil je meestal niet weten. Behalve als het om folklore of nostalgie gaat. Als verleden kitsch is, loopt het publiek te hoop. Een musical naar Victor Hugo trekt avond aan avond tranend publiek. In Deventer lopen in de kersttijd als Dickens-figuren verklede weeskinderen, oude vrekken en mollige tantes rond. Het is er afgeladen druk dan. Zo druk dat de werkelijke schoonheid van het oude Deventer niet meer zichtbaar is. Wat is het verleden toch fijn als het commercieel kan zijn.
Bij de publieke tv-omroepen is het niets dan treurnis, tentoonspreiding van gebrek aan historische kennis, schaamteloze minachting van het verleden. Slechts de sentimentele tranenrukkerij van adoptiefkindjes die hun bloedeigen achterbuurtmoeder opzoeken, is als zoektocht naar het verleden toegestaan. En een schamel half uurtje voor het recente verleden van Hans Goedkoop. Wie zijn eigen verleden minacht, gebouwen en landschappen vernielt, kan niet verwachten dat de overheid zich beter gedraagt. Natuurlijk, er is Staatsbosbeheer, er is de Rijksmonumentendienst, er zijn stichtingen voor het landschap en nog een heleboel instituten die half of helemaal van overheidsgeld leven. En natuurlijk heeft Staatsbosbeheer een paar centimeter natuurgebied op de kaart gered en heeft de Rijksmonumentendienst een paar kuub stenen op elkaar weten te houden. Dank, duizend maal dank.
Maar zo verschrikkelijk vaak gaat het wel mis. Zelfs de musea, die toch een voorbeeld zouden moeten geven als het om de waardering voor de geschiedenis gaat, gedragen zich soms als horken. Elk zichzelf respecterend museum is gevestigd in een mooi gebouw. Een mooi historisch gebouw, zoals het Mauritshuis, of een prachtig nieuw gebouw, zoals het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Zo niet het Letterkundig Museum. Dat is gehuisvest in een gebouw waar je nog geen onderbroekenmuseum in zou willen vestigen.
Helemaal ziedend kun je worden van wat er met het Catshuis is gebeurd. Het oude huis van Jacob Cats werd in het begin van deze eeuw gerestaureerd, onder auspiciën van de Monumentendienst. Antieke schouwen en plafonds werden verwijderd, de luiken werden gesloopt en er brak ook nog eens door nonchalance een brand uit. In 2006 liet de minister-president trots het resultaat zien. En wat zagen we? Inderdaad, Jan des Bouvrie-vertrekken voor het gezin, met de bekende stoelen met rokjes, naast protserige bling-bling-zalen voor de gasten.
Er is geen cultuur van behoud, er is geen kennis van het verleden, er is geen trots op de geschiedenis. Kan ik schuldigen aanwijzen? Wie aan de schandpaal te nagelen? Dat is nu net het allertreurigste. Het is geen kwestie van individuen. Er zijn juist overal in Nederland wel enkele idealisten die een orgel behouden, een dassenburcht beschermen, nog met de hand ketels lappen, een historisch krantje volschrijven, een graf opknappen, het dialect vastleggen. Het gaat juist om de collectieve marginalisering. En het zijn abstracte collectieven die dat veroorzaakt hebben.
Allereerst het onderwijs, dat de vaderlandse geschiedenis teruggebracht heeft tot enkele aandachtspunten zonder de historische opeenvolging vast te houden. Dat de verplichte literatuurlijsten geridiculiseerd heeft. Vervolgens zijn er de massamedia. Sinds ook de publieke omroepen commercieel denken en elk idealisme uit het programma geschrapt hebben, behalve als het bruikbaar is om de kijkcijfers omhoog te brengen, zoals nationale inzamelingsacties bij rampen, is er slechts incidenteel bij een hardnekkige omroep nog wat aandacht voor het verleden.
En dan is er nog de overheid, die bij elke restauratie eerst in de portemonnee kijkt. Die toestaat dat musea delen van hun collectie verpatsen. Die onbekwame directeuren jarenlang laat aanmodderen met prachtcollecties, tot er commissies van toezicht moeten komen die alles met een heel kostbare bontmantel der vergetelheid bedekken. Die zich niet wenst te realiseren dat het stuk land waar een nieuwe woonwijk op neergezet wordt, niet een vlakke rechthoek is. Die zich door het bedrijfsleven zo laat opfokken dat er tenslotte toch wegen en spoorlijnen door de laatste meters onbedorven landschap aangelegd worden. Die toestaat dat er jaren gekibbeld wordt, eerst of er wel een nationaal museum nodig is, daarna over de plaats waar dat moet komen te staan. En maar uitstellen in plaats van daadkrachtig dat ding in een van de prachtige overbodige grote kerken van het land te zetten. Waarna we er dan weer voor moeten oppassen dat de overheid niet tevreden in de handen wrijft en denkt dat het respect voor het verleden nu klaar is. Heel Nederland is een nationaal museum als je er op de juiste manier naar kijkt.
De Nederlandse overheid doet te weinig te langzaam en staat te veel toe. Daarover kun je niet verbaasd zijn als je ziet wat de mensen zelf doen met hun eigen verleden. Zo krijgt elk land het verleden dat het verdient.
Marita Mathijsen is hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Deze tekst is een korte samenvatting van haar pamflet De afwezigheid van het verleden dat enige tijd terug verscheen in de Pamflettenreeks van Querido.
In Europa

Hoe kon het gebeuren dat in Europa bijna 9,5 miljoen doden vielen, er meer dan 17,5 miljoen gewond raakten en bijna 8 miljoen krijgsgevangenen werden gemaakt? Mak is naast een groots historisch schrijver een begenadigd verteller; zet aan die luidsprekers! 'Hoofdstuk I: 1900-1914' - is nu te beluisteren of te downloaden.
Bent u niet hopeloos nostalgisch en romantisch?
Wie het verleden niet kent,
begrijpt niet waar hij heengaat.

Open Innovatie al in 1714 ontdekt

Wat blijkt uit de Innocentive data:
1. de vraag/het probleem moet in een brede en diverse (qua expertise) groep worden uitgezet;
2. het helpt om er een prijsvraag van te maken, maar dat, alleen, is niet genoeg;
3. samenwerking tussen onderzoekers van binnen en buiten is nodig om uiteindelijk de precieze oplossing te bepalen.
Oftewel open innovatie werkt (zoals ook Philips recent toegaf: 'niet alle slimme mensen werken bij ons' ), maar is niet nieuw.






