Benjamin Goldman maakte de animaties en de
excentrieke Timothy Dickinson verzorgt de
teksten en het resultaat is een bijzondere
kijk op historische gebeurtenissen:
Zat
gister-namiddag in Noordwijk in de
Hotels van Oranje (in, hoe kan het
anders, de Bentley-bar) te praten met
een ex-collega en vanzelfsprekend
zaten we snel op onze favoriete drie
onderwerpen namelijk auto’s, politiek
en .... (u weet wel).
In een gloedvol betoog wisten we elkaar
ervan te overtuigen (of waren we het al
eens?) dat verhoging van
de kiesdrempel een goed idee zou zijn. Dat
leidt namelijk tot minder partijen, dus
minder coalitievorming, minder compromissen
en dus meer te kiezen! Martin vergeleek
Nederland met de Weimar-republiek,
waar regeren door de versplintering
kansloos was. En verdomd wat staat
vandaag in het NRC? Een uitgebreid
commentaar van J. van Putten (JvP,
niet te verwarren met JP), emiritus
hoogleraar politicologie van de VU,
die pleit voor
verhoging van de
kiesdrempel en Nederland vergelijkt
met de 4e Franse
Republiek, ook zo’n onbestuurbaar
versplinterd geheel.
Straks hebben we 10 partijen in de 2e
Kamer, met elk een klein beetje andere
mening (muv die ene partij van Geertje W.
dan) dan de ander. We denken dat we wat
kiezen, maar we kiezen eigenlijk niks want
in een regeer-akkoord wordt het toch weer
een grijze brij.
Zaten we ondanks de locatie en de drank,
toch op het goede spoor Martin!
Ooit vertelde ik
iemand over de etiquette-regels van
Amy Groskamp ten
Have die in 1938 het boekje ‘Hoe
hoort het eigenlijk’ schreef; het boek
stond bij mijn ouders in de kast en
voordat ik ging studeren lag het een
tijdje op mijn nachtkastje; wat ik mij
niet realiseerde is dat Amy bijna al
haar wijsheid had overgeschreven van
George Washington, die op 16-jarige
leeftijd zijn ‘110 Rules of Civility
& Decent Behavior in Company and
Conversation’ had geschreven. Met
een geboortejaar van 1963 scande ik
naar regel 63 die luidt: A Man
ought not to value himself of his
Achievements, or rare Qualities of
wit; much less of his riches Virtue or
Kindred.
Anders gezegd; je moet jezelf niet te
serieus nemen. En daar moest ik even aan
denken toen ik gisteravond Bos, Rutte,
Pechtold, Wilders en de rest zag debatteren
voor de Gemeenteraads-verkiezingen; een
groepje mannen en vrouwen (Kant en Halsema
waren er ook en doen vol met testosteron
ook mee) die vooral tevreden waren over hun
eigen one-liners, zonder echt naar elkaar
te luisteren, zonder door te vragen en
zonder elkaars vragen te beantwoorden.
Wilders roept dat Nederland onveilig wordt
en vraagt aan Van Geel (CDA) of de Islam
gelijkwaardig is aan het Christendom (vlgs.
Wilders duidelijk niet aan zijn intonatie
te horen)? Van Geel durft daar niet
recht-op-en-neer op te antwoorden met een
volmondig JA NATUURLIJK zijn die
gelijkwaardig (zie Art. 1 van de Grondwet
en ga zo maar door). Regel 50 van George
werd aan de lopende band overtreden.
Kennelijk hadden ze Amy en George nooit op
hun nachtkastje liggen!
In dit eenvoudige maar doeltreffende
filmpje vertelt Pedro Miguel Cruz
hoe het verging met Engeland, Spanje,
Frankrijk en Portugal vanaf 1800 tot
nu; wat mij een beetje tegenvalt is
dat wij (NL) ontbreken, maar dat zal
wel komen doordat hij pas begint in
1800 en wij vooral daarvoor ‘groots’
waren.
Na mijn pijnlijke derde shot voor de
Mexicaanse Griep, kwam ik toevallig deze
kaart tegen, waarop een mooi historisch
beeld te zien is hoe ziekten (in het
voetspoor van de mens) zich verspreidden
over onze aarde:
Lean is 'hot'; in het huidige klimaat heeft
alles dat met ‘elimination of waste’ te
maken heeft de aandacht van topbestuurders.
Maar waar komt het vandaan? De algemene
lezing is dat Toyota het heeft uitgevonden
(uit pure noodzaak) zo vlak na de 2e
wereldoorlog. Nu is er ook een lezing dat
het rond 1500 in Venetie is uitgevonden
toen ze daar een drijvend productiesysteem
bedachten voor het bouwen van boten.
Oordeel zelf, hier is een mooie
animatie van de geschiednis van Lean:
Zojuist
schreven we geschiedenis! De meesten van
ons kennen een paar zinnen uit de ‘I have a
dream speech’ van Martin Luther King
(1963); na ruim 45 jaar is het vandaag
zover. Hier de integrale video en
uitgeschreven tekst van 45 jaar terug:
I am happy to join with you today in
what will go down in history as the
greatest demonstration for freedom in the
history of our nation.
Five score years ago, a great American, in
whose symbolic shadow we stand today,
signed the Emancipation Proclamation. This
momentous decree came as a great beacon
light of hope to millions of Negro slaves
who had been seared in the flames of
withering injustice. It came as a joyous
daybreak to end the long night of their
captivity.
But one hundred years later, the Negro
still is not free. One hundred years later,
the life of the Negro is still sadly
crippled by the manacles of segregation and
the chains of discrimination. One hundred
years later, the Negro lives on a lonely
island of poverty in the midst of a vast
ocean of material prosperity. One hundred
years later, the Negro is still languished
in the corners of American society and
finds himself an exile in his own land. And
so we've come here today to dramatize a
shameful condition.
In
a sense we've come to our nation's capital
to cash a check. When the architects of our
republic wrote the magnificent words of the
Constitution and the Declaration of
Independence, they were signing a
promissory note to which every American was
to fall heir. This note was a promise that
all men, yes, black men as well as white
men, would be guaranteed the "unalienable
Rights" of "Life, Liberty and the pursuit
of Happiness." It is obvious today that
America has defaulted on this promissory
note, insofar as her citizens of color are
concerned. Instead of honoring this sacred
obligation, America has given the Negro
people a bad check, a check which has come
back marked "insufficient funds."
But
we refuse to believe that the bank of
justice is bankrupt. We refuse to believe
that there are insufficient funds in the
great vaults of opportunity of this nation.
And so, we've come to cash this check, a
check that will give us upon demand the
riches of freedom and the security of
justice.
We have also come to this hallowed spot to
remind America of the fierce urgency of
Now. This is no time to engage in the
luxury of cooling off or to take the
tranquilizing drug of gradualism. Now is
the time to make real the promises of
democracy. Now is the time to rise from the
dark and desolate valley of segregation to
the sunlit path of racial justice. Now is
the time to lift our nation from the
quicksands of racial injustice to the solid
rock of brotherhood. Now is the time to
make justice a reality for all of God's
children.
It would be fatal for the nation to
overlook the urgency of the moment. This
sweltering summer of the Negro's legitimate
discontent will not pass until there is an
invigorating autumn of freedom and
equality. Nineteen sixty-three is not an
end, but a beginning. And those who hope
that the Negro needed to blow off steam and
will now be content will have a rude
awakening if the nation returns to business
as usual. And there will be neither rest
nor tranquility in America until the Negro
is granted his citizenship rights. The
whirlwinds of revolt will continue to shake
the foundations of our nation until the
bright day of justice emerges.
But there is something that I must say to
my people, who stand on the warm threshold
which leads into the palace of justice: In
the process of gaining our rightful place,
we must not be guilty of wrongful deeds.
Let us not seek to satisfy our thirst for
freedom by drinking from the cup of
bitterness and hatred. We must forever
conduct our struggle on the high plane of
dignity and discipline. We must not allow
our creative protest to degenerate into
physical violence. Again and again, we must
rise to the majestic heights of meeting
physical force with soul force.
The marvelous new militancy which has
engulfed the Negro community must not lead
us to a distrust of all white people, for
many of our white brothers, as evidenced by
their presence here today, have come to
realize that their destiny is tied up with
our destiny. And they have come to realize
that their freedom is inextricably bound to
our freedom.
We cannot walk alone.
And as we walk, we must make the pledge
that we shall always march ahead.
We cannot turn back.
There are those who are asking the devotees
of civil rights, "When will you be
satisfied?" We can never be satisfied as
long as the Negro is the victim of the
unspeakable horrors of police brutality. We
can never be satisfied as long as our
bodies, heavy with the fatigue of travel,
cannot gain lodging in the motels of the
highways and the hotels of the cities. *We
cannot be satisfied as long as the negro's
basic mobility is from a smaller ghetto to
a larger one. We can never be satisfied as
long as our children are stripped of their
self-hood and robbed of their dignity by a
sign stating: "For Whites Only."* We cannot
be satisfied as long as a Negro in
Mississippi cannot vote and a Negro in New
York believes he has nothing for which to
vote. No, no, we are not satisfied, and we
will not be satisfied until "justice rolls
down like waters, and righteousness like a
mighty stream."
I am not unmindful that some of you have
come here out of great trials and
tribulations. Some of you have come fresh
from narrow jail cells. And some of you
have come from areas where your quest --
quest for freedom left you battered by the
storms of persecution and staggered by the
winds of police brutality. You have been
the veterans of creative suffering.
Continue to work with the faith that
unearned suffering is redemptive. Go back
to Mississippi, go back to Alabama, go back
to South Carolina, go back to Georgia, go
back to Louisiana, go back to the slums and
ghettos of our northern cities, knowing
that somehow this situation can and will be
changed.
Let us not wallow in the valley of despair,
I say to you today, my friends.
And so even though we face the difficulties
of today and tomorrow, I still have a
dream. It is a dream deeply rooted in the
American dream.
I have a dream that one day this nation
will rise up and live out the true meaning
of its creed: "We hold these truths to be
self-evident, that all men are created
equal."
I have a dream that one day on the red
hills of Georgia, the sons of former slaves
and the sons of former slave owners will be
able to sit down together at the table of
brotherhood.
I have a dream that one day even the state
of Mississippi, a state sweltering with the
heat of injustice, sweltering with the heat
of oppression, will be transformed into an
oasis of freedom and justice.
I have a dream that my four little children
will one day live in a nation where they
will not be judged by the color of their
skin but by the content of their character.
I have a dream today!
I have a dream that one day, down in
Alabama, with its vicious racists, with its
governor having his lips dripping with the
words of "interposition" and
"nullification" -- one day right there in
Alabama little black boys and black girls
will be able to join hands with little
white boys and white girls as sisters and
brothers.
I have a dream today!
I have a dream that one day every valley
shall be exalted, and every hill and
mountain shall be made low, the rough
places will be made plain, and the crooked
places will be made straight; "and the
glory of the Lord shall be revealed and all
flesh shall see it together."
This is our hope, and this is the faith
that I go back to the South with.
With this faith, we will be able to hew out
of the mountain of despair a stone of hope.
With this faith, we will be able to
transform the jangling discords of our
nation into a beautiful symphony of
brotherhood. With this faith, we will be
able to work together, to pray together, to
struggle together, to go to jail together,
to stand up for freedom together, knowing
that we will be free one day.
And this will be the day -- this will be
the day when all of God's children will be
able to sing with new meaning:
My country 'tis of thee, sweet land of
liberty, of thee I sing.
Land where my fathers died, land of the
Pilgrim's pride,
From every mountainside, let freedom ring!
And if America is to be a great nation,
this must become true.
And so let freedom ring from the prodigious
hilltops of New Hampshire.
Let freedom ring from the mighty mountains
of New York.
Let freedom ring from the heightening
Alleghenies of Pennsylvania.
Let freedom ring from the snow-capped
Rockies of Colorado.
Let freedom ring from the curvaceous slopes
of California.
But not only that:
Let freedom ring from Stone Mountain of
Georgia.
Let freedom ring from Lookout Mountain of
Tennessee.
Let freedom ring from every hill and
molehill of Mississippi.
From every mountainside, let freedom ring.
And when this happens, when we allow
freedom ring, when we let it ring from
every village and every hamlet, from every
state and every city, we will be able to
speed up that day when all of God's
children, black men and white men, Jews and
Gentiles, Protestants and Catholics, will
be able to join hands and sing in the words
of the old Negro spiritual:
Free at last! Free at last!
Thank God Almighty, we are free at last!
Ze houden het niet. Ze zitten tot
hun nek in die malle complexe financiële
producten waarvan niemand weet of ze nog
iets waard zijn. Stap eruit nu het nog
kan.
Dit had de kop van een krant vandaag kunnen
zijn, maar komt letterlijk uit de krant van
1873, het jaar dat in de USA de Lange
Depressie begon met als oorzaak een bank
(Jay Cooke & Company) die leningen aan
spoorwegmaatschappijen weer had verpakt en
doorverkocht (klinkt bekend?). Het
kaartenhuis stortte in en iedereen ging
mee; wat volgde is 30 jaar (bijna)
onafgebroken Depressie. En zo zag dat eruit
(gezin met 7 kinderen in hun huis in de
US):
De
Nederlander eert zijn eigen verleden
niet, en vernielt gebouwen en
landschappen, betoogt
Marita Mathijsen. En
de overheid doet te weinig en staat te veel
toe. Hier een samenvatting van het mooie
pamflet van haar hand:
Met het historisch besef staat het er
beroerd voor in Nederland. Zie de
inrichting van huizen: eenvormigheid is
troef. Alles van oma gaat de straat op:
meubels, fotoalbums, porselein, oude
boeken. In de opruimverslaving verdwijnen
herinneringen alsof het stof is dat
afgenomen moet worden. In een land waar
het eigen verleden nauwelijks geëerd
wordt, kun je niet verwachten dat het
publieke verleden een betere behandeling
krijgt. Het is om te janken wat er met de
binnensteden gebeurt. Of je in Leeuwarden
of Breda bent: overal hetzelfde, dezelfde
winkelketens, dezelfde
voetgangersgebieden, identieke etalages.
Utrecht is met Hoog Catharijne de
grootste zonde die ooit tegen de historie
van een stad gepleegd is. De naam alleen
al duidt aan wat voor cynici het waren
die hier met een staafmixer door het
verleden gegaan zijn. Wat een hybris om
een namaakhistorische naam te gebruiken
voor dit product van wansmaak, grove
commercie, botte economie, minachting
voor esthetiek, walging van schoonheid en
verheerlijking van consumptie van de
goedkoopste soort! Patatbouw in een
krokettencomplex.
Nog ingrijpender, want onherstelbaar, is
wat er met landschappen gebeurt. Ik ben
geboren in een gebied waar nog
rivierduinen voorkwamen. Niet ver van de
Maas lag een heuvelrij die de
Kozakkenberg genoemd werd. De naam hield
de herinnering aan de Franse tijd vast,
toen de Kozakken West-Europa van Napoleon
kwamen bevrijden. De Kozakse ruiters op
kleine paarden stonden bekend om hun
vechtjasmentaliteit. Mijn grootvader
placht te zeggen als wij stout waren: ‘Ik
geef je mee aan de Kozakken.’
Honderdvijftig jaar na dato waren de
Kozakken dus nog een begrip in het
collectieve geheugen van Limburg. Kort
daarna kwam er een industrieterrein op de
Kozakkenberg. De duinen werden
geëgaliseerd, niets herinnerde meer aan
de mooie zachte welvingen van weleer.
Wat in een Limburgs dorp gebeurt, gebeurt
op grote schaal. Overal waar
ruilverkaveling heeft plaatsgevonden,
waar grote industrieterreinen aangelegd
zijn en nieuwe woonwijken, is geen
rekening gehouden met de oorspronkelijke
waterlopen, met de natuurlijke heuvels en
dalen in het gebied. Platmaken, is het
enige woord dat de ontwikkelaars lijken
te kennen. Maar waarom zou de ene
woonstraat niet hoger liggen dan de
andere, waarom zou de voorkant van een
huis exact hetzelfde niveau moeten hebben
als de achterkant, waarom zouden er geen
oude beekjes door de wijken kunnen
slingeren? Gevaarlijk voor kinderen? Die
verzuipen wel in de plastic vijvers die
de bewoners onbeschermd in hun tuinen
aanleggen.
Het lijkt er steeds meer op dat
geschiedenis uit het dagelijks leven
verbannen wordt. Geschiedenis gedoog je
in een museum. Dat je de historie niet
uit je leven kunt wegwerken, besef je
niet. Alles wat we zijn, is voortzetting
van iets wat was. Elke stap die je zet,
zet je op grond die door anderen betreden
is. Maar dat wil je meestal niet weten.
Behalve als het om folklore of nostalgie
gaat. Als verleden kitsch is, loopt het
publiek te hoop. Een musical naar Victor
Hugo trekt avond aan avond tranend
publiek. In Deventer lopen in de
kersttijd als Dickens-figuren verklede
weeskinderen, oude vrekken en mollige
tantes rond. Het is er afgeladen druk
dan. Zo druk dat de werkelijke schoonheid
van het oude Deventer niet meer zichtbaar
is. Wat is het verleden toch fijn als het
commercieel kan zijn.
Bij de publieke tv-omroepen is het niets
dan treurnis, tentoonspreiding van gebrek
aan historische kennis, schaamteloze
minachting van het verleden. Slechts de
sentimentele tranenrukkerij van
adoptiefkindjes die hun bloedeigen
achterbuurtmoeder opzoeken, is als
zoektocht naar het verleden toegestaan.
En een schamel half uurtje voor het
recente verleden van Hans Goedkoop. Wie
zijn eigen verleden minacht, gebouwen en
landschappen vernielt, kan niet
verwachten dat de overheid zich beter
gedraagt. Natuurlijk, er is
Staatsbosbeheer, er is de
Rijksmonumentendienst, er zijn
stichtingen voor het landschap en nog een
heleboel instituten die half of helemaal
van overheidsgeld leven. En natuurlijk
heeft Staatsbosbeheer een paar centimeter
natuurgebied op de kaart gered en heeft
de Rijksmonumentendienst een paar kuub
stenen op elkaar weten te houden. Dank,
duizend maal dank.
Maar zo verschrikkelijk vaak gaat het wel
mis. Zelfs de musea, die toch een
voorbeeld zouden moeten geven als het om
de waardering voor de geschiedenis gaat,
gedragen zich soms als horken. Elk
zichzelf respecterend museum is gevestigd
in een mooi gebouw. Een mooi historisch
gebouw, zoals het Mauritshuis, of een
prachtig nieuw gebouw, zoals het
Bonnefantenmuseum in Maastricht. Zo niet
het Letterkundig Museum. Dat is
gehuisvest in een gebouw waar je nog geen
onderbroekenmuseum in zou willen
vestigen.
Helemaal ziedend kun je worden van wat er
met het Catshuis is gebeurd. Het oude
huis van Jacob Cats werd in het begin van
deze eeuw gerestaureerd, onder auspiciën
van de Monumentendienst. Antieke schouwen
en plafonds werden verwijderd, de luiken
werden gesloopt en er brak ook nog eens
door nonchalance een brand uit. In 2006
liet de minister-president trots het
resultaat zien. En wat zagen we?
Inderdaad, Jan des Bouvrie-vertrekken
voor het gezin, met de bekende stoelen
met rokjes, naast protserige
bling-bling-zalen voor de gasten.
Er is geen cultuur van behoud, er is geen
kennis van het verleden, er is geen trots
op de geschiedenis. Kan ik schuldigen
aanwijzen? Wie aan de schandpaal te
nagelen? Dat is nu net het
allertreurigste. Het is geen kwestie van
individuen. Er zijn juist overal in
Nederland wel enkele idealisten die een
orgel behouden, een dassenburcht
beschermen, nog met de hand ketels
lappen, een historisch krantje
volschrijven, een graf opknappen, het
dialect vastleggen. Het gaat juist om de
collectieve marginalisering. En het zijn
abstracte collectieven die dat
veroorzaakt hebben.
Allereerst het onderwijs, dat de
vaderlandse geschiedenis teruggebracht
heeft tot enkele aandachtspunten zonder
de historische opeenvolging vast te
houden. Dat de verplichte
literatuurlijsten geridiculiseerd heeft.
Vervolgens zijn er de massamedia. Sinds
ook de publieke omroepen commercieel
denken en elk idealisme uit het programma
geschrapt hebben, behalve als het
bruikbaar is om de kijkcijfers omhoog te
brengen, zoals nationale
inzamelingsacties bij rampen, is er
slechts incidenteel bij een hardnekkige
omroep nog wat aandacht voor het
verleden.
En dan is er nog de overheid, die bij
elke restauratie eerst in de portemonnee
kijkt. Die toestaat dat musea delen van
hun collectie verpatsen. Die onbekwame
directeuren jarenlang laat aanmodderen
met prachtcollecties, tot er commissies
van toezicht moeten komen die alles met
een heel kostbare bontmantel der
vergetelheid bedekken. Die zich niet
wenst te realiseren dat het stuk land
waar een nieuwe woonwijk op neergezet
wordt, niet een vlakke rechthoek is. Die
zich door het bedrijfsleven zo laat
opfokken dat er tenslotte toch wegen en
spoorlijnen door de laatste meters
onbedorven landschap aangelegd worden.
Die toestaat dat er jaren gekibbeld
wordt, eerst of er wel een nationaal
museum nodig is, daarna over de plaats
waar dat moet komen te staan. En maar
uitstellen in plaats van daadkrachtig dat
ding in een van de prachtige overbodige
grote kerken van het land te zetten.
Waarna we er dan weer voor moeten
oppassen dat de overheid niet tevreden in
de handen wrijft en denkt dat het respect
voor het verleden nu klaar is. Heel
Nederland is een nationaal museum als je
er op de juiste manier naar kijkt.
De Nederlandse overheid doet te weinig te
langzaam en staat te veel toe. Daarover
kun je niet verbaasd zijn als je ziet wat
de mensen zelf doen met hun eigen
verleden. Zo krijgt elk land het verleden
dat het verdient.
Marita Mathijsenis
hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde
aan de Universiteit van Amsterdam. Deze
tekst is een korte samenvatting van haar
pamflet De afwezigheid van het
verleden dat enige tijd terug verscheen
in de Pamflettenreeks van Querido.
Vanaf
november dit jaar gaat de VPRO een
35-delige tv-serie uitzenden die is
gebaseerd op het grandiose boek'In Europa'
van Geert Mak.Vanaf
vandaag verschijnt een podcast waarin
Geert Mak zijn boek in afleveringen
samenvat.
Hoe kon het gebeuren dat in Europa
bijna9,5 miljoen doden
vielen,
er meer dan 17,5 miljoen gewond raakten
en bijna 8 miljoen krijgsgevangenen
werden gemaakt? Mak is naast een groots
historisch schrijver een begenadigd
verteller; zet aan die luidsprekers!
'Hoofdstuk I: 1900-1914' - is nu
tebeluisteren of te
downloaden.
was de vraag van de Radio 1 interviewer
vanmorgen in de Ochtenden. Het antwoord van
Marita
Mathijsen was: 'wel
nostalgisch en romantisch, maar niet
hopeloos'. Marita Mathijssen,
hoogleraar moderne Nederlandse
letterkunde, maakt zich kwaad over het
gebrek aan historisch besef en
historische interesse in Nederland.
Wie het verleden niet kent,
begrijpt niet waar hij heengaat.
Nederland is
fantasieloos en daarom slopen we oude
keukens uit historische panden en
vervangen ze door Ikea-massawerk. Ze
maakt zich, wat mij betreft nooit
genoeg, kwaad over de grote etalages
in de mooie oude gebouwen in onze
steden. Mensen koesteren hun verleden,
hun oude spulletjes en dus ook hun
afkomst niet meer. Aanstaande zaterdag
verschijnt haar pamflet: 'De
afwezigheid van het verleden'.
Terechte woede over een Nederland,
waar eenvormigheid en lelijkheid de
norm is. Gaat u maar eens naar een
willekeurig centrum van de 10 grote
steden in Nederland en overal is het
hetzelfde; waarom zou je überhaupt de
deur nog uitgaan? Kopen en lezen dat
pamflet!
Tegenwoordig
roept iedereen dat 'open innovatie' de
nieuwe sleutel tot succes is. Maar al
in 1714 riep het engelse parlement, in
een prijsvraag, het publiek op om mee
te denken over een apparaat dat altijd
de exacte locatie van een schip op zee
kon aangeven. De (voor mij) enigszins
onbekende John Harrison won
deze prijsvraag en het voor die tijd
al astronomische bedrag van 20.000
pond! Bijna 300 jaar later blijkt uit
onderzoek (HBR 85, 5 blz. 30) dat deze
manier van werken (toen en nu) zeer
succesvol kan zijn. Op grond van
analyse van data van Innocentive
blijkt dat in veel gevallen hulp van
buiten een doorbraak in onderzoek kan
betekenen. In 30% van de gevallen
waarbij de eigen onderzoekers
vastzaten, kon met hulp van
onderzoekers/individuen 'van buiten'
het probleem alsnog worden opgelost.
Wat blijkt uit de Innocentive data:
1. de vraag/het probleem moet in een brede
en diverse (qua expertise) groep worden
uitgezet;
2. het helpt om er een prijsvraag van te
maken, maar dat, alleen, is niet genoeg;
3. samenwerking tussen onderzoekers van
binnen en buiten is nodig om uiteindelijk
de precieze oplossing te bepalen.
Oftewel open innovatie werkt (zoals ook
Philips recent toegaf: 'niet alle
slimme mensen werken bij ons' ), maar
is niet nieuw.
Voor Inspiratie, Irritatie, Innovatie,
Inzicht & Informatie
Weer een dag geen Inspiratie?
The problems of the world cannot possibly be
solved by skeptics or cynics whose horizons are
limited by the obvious realities. We need men who
can dream of things that never were.
John F. Kennedy
Boek mij @
Volg mij @
Slow.TV
Wilt u op de hoogte blijven? Vul hier uw
email-adres in: